donderdag 11 februari 2016

Wie begrip zaait zal liefde oogsten

Geschreven voor katern Opinie & Debat van De Volkskrant, niet gepubliceerd

“Media zaaien verdeeldheid in het vluchtelingendebat”, zegt Sander Reimink dinsdag in een openbaar gastcollege op de campus van de Wageningen Universiteit. Hij legt uit hoe we meer begrip voor anderen opbrengen.

Aan het begin van het college laat Reimink een bruin doek zien. “Dit is het universum, alles wat je kent zit hier in.” Hij wijst een plek op het doek aan. “Zie je? Dat is je favoriete café.”

Daarmee wil hij uitleggen dat we voor alles een model gebruiken. We wijzen iets in de realiteit aan en geven het een naam. Geloofsystemen, noemt hij dat. Er volgen een paar voorbeelden: van het woord ‘water’ kan je niet nat worden. ‘Vogel’ vliegt niet van het papier weg. En een ‘klootzak’ zal ook wel eens vriendelijke momenten hebben.

Mensen gebruiken geloofsystemen om de realiteit om ons heen te beschrijven. Zulke modellen zijn nooit helemaal waar. Het gaat erom of het model dat we gebruiken functioneel is, of niet. Wanneer we die stelling begrijpen, kunnen we door naar de volgende stap.
 
Kunnen we mensen verwijten dat ze zich op een bepaalde manier gedragen? Was Adolf Hitler een slecht persoon? Volgens Reimink is dat een cirkelredenatie: Hitler was slecht, omdat hij zich slecht gedroeg. En hij gedroeg zich slecht omdat hij een slecht persoon was. “In werkelijkheid gebeurt alles in een context, en het is belangrijk dat te beseffen.”  

We kiezen onze verlangens en onze emotionele reacties niet. Die ontstaan uit de omgeving waarin we ons bevinden. Hitler had zichzelf overtuigd dat joden de oorzaak van al het kwaad waren. Hij projecteerde het kwaad over een hele bevolkingsgroep en ontkende het in zichzelf. Vanuit zijn standpunt voelde hij zich geroepen die bevolkingsgroep uit te roeien. Op die manier kon hij de verschrikkelijkste dingen doen, terwijl hij zichzelf een goed persoon vond. 

Adolf Hitler is natuurlijk een extreem voorbeeld. Maar als we niet oppassen met hoe we naar vluchtelingen of moslims kijken, zouden wij dezelfde fouten kunnen maken. Daarom formuleert Reimink de stelling: “Mensen zijn altijd waardevol. Zelfs wanneer ze andere mensen beschadigen.” Daarmee bedoelt hij niet dat we al hun daden goed moeten vinden. “Gedrag moeten we blijven beoordelen en misdadigheden moeten we tegenhouden.” Maar dat kan ook zonder ervan uit te gaan dat mensen zelf slecht zijn. 

We moeten anderen proberen te begrijpen. Ook daar heeft Reimink een voorbeeld voor. “Als een plant niet wil groeien, kan je boos op hem worden. Je zou hem kunnen uitschelden. Of je zou hem kunnen schoppen. Maar daar gaat hij niet van groeien.” Pas wanneer we begrijpen welke omstandigheden de plant nodig heeft, kunnen we hem laten groeien.

Nieuwsmedia hebben de neiging zich te focussen op problemen die zich in de maatschappij afspelen. Doordat vluchtelingen -vooral de moslims- constant in verband gebracht worden met terrorisme en homohaat, kan je het idee krijgen dat die mensen slecht zijn. Terwijl er natuurlijk een brede context is waarin ‘anti-westerse’ ideeën ontstaan. Wij willen onze normen en waarden beschermen, dat is normaal. Maar tegen radicaliserende moslims schoppen werkt slechts averechts. 

Uiteindelijk wil iedereen een gelukkig leven in een liefdevolle omgeving. Zelfs de meest angstaanjagende terroristen hebben die wens. We kunnen ervoor kiezen andere mensen te veroordelen. Maar we kunnen ook kiezen om anderen te begrijpen. Pas dan zijn we in staat een maatschappij te maken waarin iedereen zich thuis voelt.